Orders op tijd uitleveren, volledig, zonder interactie en zonder fouten in het proces. Dat is wat ieder bedrijf nastreeft, maar niemand volledig lukt. In deze zesdelige serie blogs exploreert IMCC-expert Sjoerd Leiker het vakgebied ordermanagement. Deel 1 gaat in op het verschil tussen de perfecte order versus de optimale order. 

Download whitepaper: Digitale Transformatie

De laatste jaren gaat het binnen het IMCC vaak over de perfecte order. Dat is de order die zonder onnodige menselijke interactie, zonder fouten in het proces, op tijd en volledig wordt afgeleverd. Vaak wordt dit in het Engels aangeduid als On Time, In Full, No Error & No Contact. Dit streven naar de perfecte order is theoretisch gezien helemaal juist, maar blijkt in de praktijk erg lastig te verwezenlijken. De vraag is zelfs of het wel wenselijk is.

Neem bijvoorbeeld het volledig leveren van een order. Wat als we hiervoor moeten wachten op een nalevering van een leverancier die de verkooporder een week zal tegenhouden? Natuurlijk moeten we in ons streven naar de perfecte order de situatie goed analyseren en tot maatregelen komen om het de volgende keer te voorkomen. We kunnen bijvoorbeeld de minimum-voorraad aanpassen, de forecasting-methodiek onder de loep nemen of onze leverancier aanspreken op zijn levertijden. Echter moet de order nog steeds ingevuld worden, ook wanneer deze niet perfect is.

De optimale order

Een term die ik hier wil introduceren is de Optimale Order: bij een optimale order streven we de perfecte order na, rekening houdend met de verstoringen die de dagelijkse praktijk imperfect maken. De vraag die we ons stellen is: Hoe kan ik tegen een zo hoog mogelijke marge, met een door mijn klant gewenste servicegraad, deze order het beste invullen?

De optimale uitkomst kán dus nog steeds volledig, op tijd, zonder fouten en zonder contact zijn, maar dit hoeft niet. ‘In full’ leidt niet altijd tot de hoogste marge. Stel een order die uit een combinatie van regels bestaat waarbij er stuks van het ene artikel en pallets van het andere geleverd moeten worden. Dan kan het zomaar zijn dat een rechtstreekse levering van de pallets, bijvoorbeeld via een dropshipment, goedkoper is dan de pallets uit het eigen magazijn te halen. In full zou in dit geval niet optimaal zijn.

Een ander voorbeeld is een order bestaande uit verkoopregels die uit diverse magazijnen gepickt moeten worden, verspreid over het land. Ook dan kunnen deelleveringen goedkoper zijn dan alles via één magazijn te laten lopen, wat onder andere afhankelijk is van de vaste routes.

Beslisregels

Samenhangend met het doel dat je als bedrijf nastreeft, zal de optimale order er dus telkens anders uitzien. Hoe je hier per order mee omgaat, met welke beslisregels, leg je vast in een fulfillment-strategie. In één van mijn vervolgblogs zal ik hier dieper op ingaan. Ook zal ik in een later stadium ingaan op het verschil tussen actief en passief ordermanagement en wat we onder Distributed Order Management Systems (DOMS) verstaan.

In mijn vierde blog zal ik de invloed bespreken van ordermanagement op het klassieke MRP-denken, op voorraadbeheer en op forecasting. Daarna zal ik inzoomen op systeemondersteuning en de mate van automatisering op het gebied van passief en actief ordermanagement. In de laatste blog leg ik de link naar het systeemlandschap.

Ordermanagement deel 2: Passief versus actief

New call-to-action